ZES LANDEN VAN EZECHIËL 38

In Ezechiël 38 worden zes landen genoemd die oorlog voeren tegen Israël. Deze zes landen heten: Gog, Perzië, Cusj, Put, Gomer en Beth-Togarma. We zullen laten zien welke zes landen dit momenteel zijn.

Gog

Dit is een naam in het Hebreeuws, die in de taal van het volk heel anders kan klinken. Als bijvoorbeeld Jesaja profeteert over Cyrus dan blijkt deze koning Kores te heten in zijn eigen taal, toch is het wel te herkennen. Zo zal ook deze naam van de vorst Gog een herkenbare zijn als hij opstaat. Hij is de vorst van Ros.

In de eerste Nederlandse Systematisch Ingerichte Encyclopaedie (ENSIE) kunnen we lezen dat het Russische rijk in de negende eeuw werd gesticht door Scandinaviërs die zich verbonden met de Chazaren-rijk in Zuid-Rusland tegen de Arabieren. Deze mensen noemden zich ‘Roes’.
Tubal schijnt ook verband te houden met de Scythen die het gebied rond de Zwarte Zee bewoonden. De naam van de provincie Tobolsk komt overeen met Tubal. De nakomelingen van Mesek woonden in de twaalfde eeuw ten noorden van Assyrië in het Zwarte Zee gebied. Deze afstammelingen van Jafet hebben zich verspreid naar het noorden en het westen ten opzichte van Israël. De naam Moskou zou dan herinneren aan de naam Mesek.

Perzië

De Perzen; om die te plaatsen is niet zo moeilijk, we weten allemaal dat dit het huidige Iran is en voor een gedeelte Irak. Madai is een zoon van Jafeth, wiens nakomelingen Meden werden genoemd. Vanuit de Bijbel weten we dat dit volk samen gegaan is met de Perzen die op hun beurt afstammelingen van Elam waren, dit een zoon van Sem. Oorspronkelijk was hun gebied ten zuiden van de Kaspische Zee en ten oosten van het Zagros gebergte.

Cusj

Soedanezen zijn afstammelingen van Kus, een zoon van Cham, die het gebied van Zuid-Egypte, Abessinië, Nubië en Soedan bewoonden. Men leeft daar nog steeds, en naar de Bijbelse profetie is het niet verwonderlijk dat deze zich steeds meer keren tegen Israël.

Put

Puteeërs: dit zijn de afstammelingen van Put, deze bevolkten delen van Egypte en Libië, terwijl Flavius Josephus hen nog verder plaatst, n.l. ook over de huidige landen Algerije, Tunesië. Hij zegt zelfs dat in dat gebied het toenmalige Mauritanië, zich een rivier bevindt met de naam Put.

Gomer

Gomer is de zoon van Jafeth (Genesis 10:3) en de stamvader van de oude Cimmeriërs die het zuiden van Rusland en de Oekraïne bevolkten, er zijn diverse Bijbelonderzoekers die ook Duitsland als hun woonplaats noemen.

Togarma

Togarma is een kleinzoon van Jafeth (1 Kronieken 1:6). Flavius Josephus noemt hen de Thugrames, die de Grieken de Frygiërs noemden deze bewoonden in oorsprong Klein-Azië maar zijn door de Turken naar het noorden en het oosten verdreven in de 14de eeuw. De Galaten, die later in de geschiedenis Galliërs worden genoemd hebben ook in Klein Azië gewoond. Het gebied van de Turken was oorspronkelijk tussen de Aral- en de Kaspische zee in Azië. Zij zijn op hun beurt weer verdreven door de Mongolen. De nakomelingen van Togarma wonen nu in de Oost-Europese staten. Hun woonplaats in de tijd van de profetie was Turkije.

Terug naar het artikel over de Ezechiël 38 oorlog