CHANOEKAH: feest van de inwijding van de Tempel

In 175 voor Christus, 400 jaar nadat Daniël zijn profetieën schreef, werd Antiochus Epiphanes heerser van het dominante en machtige Seleucidische rijk in het noorden van Israël. Hij noemde zichzelf Epiphanes: tot God gemaakte mens.

Op dat moment had het hellenisme zijn intrede gedaan in de samenleving en dit verleidde vele Joden om mee te doen aan deze Griekse materialistische cultuur. Het draaide daarbij veel om plezier maken en om het aanbidden van afgoden. Het werd nog slechter toen Jason hogepriester werd in Jeruzalem. Jason liet zich ook in met deze cultuur en dat had zo zijn gevolgen voor de stad.

Gymnasium

Deze hogepriester liet een gymnasium bouwen aan de voet van de Tempelberg. In deze school, waar men trainde voor de Panhelleense Spelen en elkaar ontmoette, werden openlijk homoseksuele activiteiten bevorderd. Ook was het normaal dat de atleten naakt sportten. Je kunt je voorstellen dat dit ook veel Joden tegen de borst stuitte. Gymnasion betekent ook: plaats om naakt te zijn.

Nadat Antiochus drie jaar aan de macht was, leed hij een vernederend verlies in de strijd tegen zijn aartsrivaal Egypte. Terugkerend van deze pijnlijke nederlaag, hoorde hij van een opstand en diverse problemen in Israël. Daardoor liet hij 80.000 Joden afslachten en offerde in de Tempel op het altaar van God een varken. Zoals geprofeteerd was in Daniël 11:31, liet Antiochus vervolgens een einde maken aan de dagelijkse offers in de tempel en zette een beeld van Zeus in de Tempel. De Joden noemde dit de gruwel van de woestenij. Helaas werd het een gruwel van verlatenheid, want zodra het beeld werd opgericht, brak de vervolging uit over het volledige land van Israël. Huizen werden nauwgezet doorzocht en Joden die Gods wetten hielden, werden genadeloos gemarteld en gedood.

Makkabeeën

Daniël 11:33 voorspelde dat veel van de gelovigen zouden vallen door het zwaard en in het boek van de Makkabeeën staan ook veel van dergelijke verhalen. Het plan van Antiochus om Israël steeds meer te verplichten tot het hellenisme leek langzaam maar zeker te werken. Er was veel op het spel, want als Antiochus’ plan was geslaagd, dan zou er geen natie van Israël, geen boeken van de wet, geen Tempel en niemand zijn die Gods geboden hield tegen de tijd dat Jezus werd geboren ongeveer 150 jaar later.

Donkere dagen

Maar in deze donkere dagen van het lijden, zoals Daniël had voorspeld was er een kleine minderheid die in opstand kwam tegen Antiochus. Dit groepje kreeg steeds meer aanhangers en ze wonnen steeds meer stukken land terug uit de handen van de vijand. Hun populariteit werd zelfs zo groot, dat het gewone Joodse volk de leider Jehuda haMacabi ging noemen, Hebreeuws voor Juda de Hamer. De manschappen van Jehuda werden naarmate ze meer veldslagen wonnen bekend als de Maccabeërs. Uiteindelijk bereikten Jehuda en zijn mannen Jeruzalem en na een bloedige strijd overwonnen ze de Grieken. Toen ze echter de Tempel binnenkwamen, zagen ze dat de Grieken alles vernield hadden. Het was de taak van de hogepriester om de Tempel weer in ere te herstellen. Zij moesten de afgodenbeelden verwijderen, een nieuw altaar bouwen en nieuwe heilige bekers vervaardigen.

Menorah

De hoge menorah die in de Tempel stond was door de Grieken omgegooid en moest weer recht gezet worden. Nadat dit gedaan was, merkten de priesters dat er geen oliekruiken meer waren. Eén van hen vond echter nog een klein kruikje, met daarin nog net genoeg olie om de menorah één dag te laten branden. De menorah werd aangestoken en de Tempel werd heringewijd. De priesters moesten op zoek naar meer ritueel gezuiverde olijfolie om de menorah te laten branden, maar konden dat niet vinden. De volgende dag was het kruikje echter opeens weer vol. De volgende dag gebeurde hetzelfde en zo ging het acht dagen lang. Op een miraculeuze wijze was de kleine hoeveelheid olie uit het gevonden kruikje dus voldoende voor acht dagen, de tijd die nodig was om nieuwe olie te persen en te zuiveren.

Feest

De hogepriester, priesters, Makkabeeën en het gewone volk vierden een groot feest. De hogepriester stelde dit feest in op dezelfde tijd van het jaar, de maand Kislew, opdat de Joden deze wonderlijke gebeurtenis niet zouden vergeten. Daarom vieren de Joden jaarlijks vanaf de 25e Kislew het feest van Chanoekah, dat ‘Herinwijding’ betekent.

Chanoekah en de eindtijd

Het bewind van Antiochus heeft vele parallellen met de eindtijd en geeft ons wijze lessen voor onze generatie. Ten eerste, het verhaal van Chanoekah is een jaarlijkse herinnering van het Joodse volk van het gevaar om afbreuk te doen aan hun waarden en het aangaan van een verdrag met een buitenlandse heerser voor de vrede.

Ten tweede, voor ons als christenen, draagt het verhaal van Chanoekah een krachtige boodschap uit om volhouden tijdens vervolging. Omdat het goed is om op te staan voor Bijbelse waarden, kunnen wij ook afkeuring verwachten. Maar het is een keuze om trouw zijn aan onze Heer, ongeacht wat ons te wachten staat. Aan de andere kant, laten we ook moed putten uit het verhaal van de Makkabeeën die opstonden tegen deze haast onoverkomelijke vijand, maar wel zegevierden.

Ook wij kunnen ons voelen als een kleine minderheid in onze samenleving. Maar laten we elkaar aanmoedigen om in het spoor van Christus te blijven. Laat je niet ontmoedigen door tegenslagen of spotters. Houd vast aan Jezus!