Rosj Hasjana

Rosj Hasjana of Rosj haSjana (Hebreeuws: ראש השנה — ‘hoofd van het jaar’) is het joodse nieuwjaar. De dag waarop Rosj Hasjana valt, heet ook Jom Hasjofar, letterlijk de ‘dag van de sjofar’ een instrument gemaakt van een ramshoorn. In het Nederlands weergegeven als de ‘dag van de bazuin’, hoewel de bazuin een ander instrument is dan de sjofar.

Rosj Hasjana is ingesteld in Leviticus 23:24 en Numeri 29:1, maar de term Rosj Hasjana wordt pas gebruikt in Ezechiël 40:1.
Het valt op de eerste twee dagen van Tisjri, de eerste maand van de joodse kalender.

Dienst in de synagoge


De dienst in de synagoge op Rosj Hasjana is zeer lang, gemiddeld 4,5 uur. De synagoge is in het wit aangekleed. Voor de ark, waarin de Thorarollen zijn opgeborgen, hangt een wit gordijn, de rollen zelf zijn ook omhuld door witte mantels en de chazan en anderen betrokken bij de dienst hebben een wit linnen kleed aan, gelijk aan het doodskleed dat gebruikt wordt bij een joodse begrafenis. Het wit is symbool voor de volledige overgave aan God.

Diverse gebeden op deze dienst zijn speciaal voor Rosj Hasjana. Op Rosj Hasjana en Jom Kippoer wordt in de synagoge-liturgie onder andere het Avinoe Malkenoe toegevoegd, een indringend gebed om vergeving van begane fouten. De Thorateksten die gelezen worden gaan in op het ingrijpen van God in het leven van mensen, zoals de ingrepen die God deed in het leven van aartsvader Abraham.

Op beide dagen van Rosj Hasjana wordt in de synagoge honderd maal op de sjofar geblazen. Dat gebeurt in een aantal gedeeltes. De eerste dertig keer na de Thoralezing. Tijdens het moesafgebed wordt ook op de Thora geblazen. Halverwege en aan het eind van de dienst wordt ook nog dertig keer de sjofar ten gehore gebracht. De laatste toon wordt zo lang mogelijk aangehouden, om te denken aan de komende dagen van inkeer.

Rosj Hasjana

De laatste toon van de sjofar luidt namelijk de Aseret Jemei Tesjoeva (‘tien dagen van inkeer’) in, een periode van inkeer (tesjoewa) tussen Rosj Hasjana en Jom Kippoer, waarin wordt verwacht dat slechte daden tegenover andere personen en God worden bijgesteld en verzoend (voor zover dit niet al is gebeurd). In die periode moet een jood dus vergiffenis vragen aan zijn of haar medemens, als hij fouten heeft begaan. Tijdens deze periode worden enkele speciale gebeden toegevoegd aan de dagelijkse gebedsdiensten. De tien dagen eindigen met Jom Kipoer (Grote Verzoendag) waarop de verzoening met God wordt voltooid. Op Jom Kippoer komt de joodse mens tegenover God te staan.

Reacties

reacties