Joodse kalender toen en nu

Geschiedenis kalender

De Joodse kalender is hoofdzakelijk een maan-kalender, waar bij iedere nieuwe maan een nieuwe maand begint. Een nieuwe maand begint zodra het eerste zilveren streepje van de maan zichtbaar wordt, nadat die een nacht volledig onzichtbaar was. In oude tijden werd de nieuwe maan vastgesteld door observatie. Dat ging als volgt: wanneer mensen de nieuwe maan gezien hadden, brachten zij daarvan het Sanhedrin op de hoogte. Als het Sanhedrin van twee van elkaar onafhankelijke en betrouwbare getuigen gehoord had, dat de nieuwe maan op een bepaalde datum gezien was, dan verklaarden zij die dag Rosj Chodesj (de eerste dag van de maand). Daarna werden er boodschappers uitgezonden om de mensen te vertellen wanneer de nieuwe maand was begonnen.

Kalender nu

kalenderIn de vierde eeuw van de westerse jaartelling, stelde rabbijn Hillel II een vaste kalender in. De kalender was gebaseerd op rekenkundige en astronomische berekeningen, waarbij de maanden om-en-om 29 en 30 dagen tellen. Deze kalender, die nog steeds in gebruik is, stelde een vaste lengte van de maanden vast voor een 19-jarige cyclus, zodat de maankalender in de pas loopt met het zonnejaar. Adar II wordt ingevoegd in het 3e, 6e, 8e, 11e, 14e, 17e en 19de jaar van de cyclus.

Op de Joodse kalender komen de volgende maanden voor:

Hebreeuws Nederlands Nummer Lengte Gregoriaans equivalent
Nisan 1 30 dagen maart-april
Ijar 2 29 dagen april-mei
Siwan 3 30 dagen mei-juni
Tammoez 4 29 dagen juni-juli
Av 5 30 dagen juli-augustus
Eloel 6 29 dagen augustus-september
Tisjri 7 30 dagen september-oktober
Chesjwan 8 29 of 30 dagen oktober-november
Kislev 9 30 of 29 dagen november-december
Tewet 10 29 dagen december-januari
Sjevat 11 30 dagen januari-februari
Adar 12 29 of 30 dagen februari-maart
Adar II 13 29 dagen maart-april

In een schrikkeljaar heeft Adar 30 dagen. In een gewoon jaar heeft Adar 29 dagen.

Reacties

reacties