GEBOREN WORDEN ZONDER WEEËN

mannelijk kindHoe dichter we bij het indrukwekkende teken van september komen, hoe meer we de noodzaak ervaren om het bijzondere van Openbaring 12 uit te leggen. Voor de één is dit gemakkelijk te volgen, voor de ander iets volslagen nieuws en wellicht nauwelijks te bevatten. In dit artikel gaan we even specifiek kijken naar de connectie met Jesaja 66. We bekijken dit aan de hand van de Griekse en Hebreeuwse grondtekst en gaan we de vraag beantwoorden: Kun je geboren worden zonder weeën?

Onderzoeken

Het is goed om te onderzoeken wat we schrijven, want er zijn zoveel verhalen rondom dit teken en misschien vindt u dit verhaal één van de vele. En toch willen we u uitdagen om nog even verder te lezen. Dit verhaal is toch anders! Gods plannen voor het einde der tijden zijn bijzonder.

Welke bijzondere link naar Jesaja 66 heeft Johannes in Openbaring 12 gestopt en wat kunnen we daarvan leren?

Beginnen in Openbaring 12

Om dit hoofdstuk goed te begrijpen, gaan wij uit van onderstaande veronderstellingen. Deze zijn erg belangrijk!

  1. Hoofdstuk 12 is toekomstige profetie.
  2. Dit hoofdstuk is een kort overzicht van de gehele periode van de verdrukking met vele invalshoeken (en het is niet strikt chronologisch).
  3. Voor mensen die menen dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen Gods plan met de Kerk enerzijds en Israël anderzijds is hoofdstuk 12 een struikelblok.
  4. Hoofdstuk 12 is niet een hoofdstuk op zichzelf, gescheiden van de rest van de Bijbel, met name van het Oude Testament. Integendeel, van de lezer van dit hoofdstuk wordt verwacht, dat hij weet van de geschriften van de andere profeten in de Tenach (Hebreeuwse Bijbel).

Geboren

We richten ons op het mannelijke kind van Openbaring 12:5 en de gevolgen van zijn geboorte. Om echt te begrijpen wat er gaande is in dit vers, is het goed om te kijken naar de Griekse grondtekst. In de oorspronkelijke taal kunnen we vaak een woordspeling of een opzettelijke tekstuele verbinding ontdekken. De auteurs van de Bijbel doen dit vaak, en het is interessant om dit te bestuderen om zo de gedachtegang van de oorspronkelijke schrijver te ontdekken.

Pasgeboren

De schrijvers van de Bijbel schrijven niet alleen wat ze zien en horen, maar ze schrijven ook geregeld op een creatieve of cryptische manier. Als voorbeeld, hebt u ooit opgemerkt dat Johannes zelden expliciete namen voor mensen gebruikt, maar in plaats daarvan kiest voor kenmerken of codenamen worden gebruikt (bijvoorbeeld het Lam dat werd gedood, het beest, de draak, Armageddon, 666)?

Kortom, het is goed de uzelf de vraag te stellen: Wat bedoelt de auteur met wat hij schrijft? In geval van de apostel Johannes, verbindt hij doelbewust de grammaticaal onjuiste term arrena (van het mannelijke geslacht) met huion (zoon), “en ze is bevallen van een zoon, een mannelijk kind…” Deze twee woorden zijn niet eens van hetzelfde geslacht (een is mannelijk, de ander onzijdig). Dat zou een enorme blunder zijn als dit kwam uit de pen van een profeet uit de lagere school. Maar niet bij Johannes: Hij kent Grieks en bovendien kent hij het oude Testament.

Sleutel

De sleutel tot het ontsluiten van het mysterie van het mannelijk kind, zijn identiteit en vooral de timing van de geboorte en de opname, is het Griekse woord arrena in Openbaring 12:5. Laten we naar Jesaja 66 kijken, waar ditzelfde woord wordt gebruikt.

Jesaja 66

De geboorte en de daaropvolgende opname van het mannelijke kind heeft zijn wortels in het Oude Testament en in het bijzonder in de Griekse vertaling van Jesaja 66:7-8. Johannes gebruikt de term arrena als een subtiele aanwijzing, waarmee hij aangeeft dat zijn eigen visie op het einde een definitieve onthulling is van de profetie van Jesaja, geschreven meer dan 700 jaar vóór Patmos.

Wat staat er in Jesaja 66:7-8:

Voordat zij weeën kreeg, heeft zij gebaard.
Nog voor een wee over haar kwam, heeft zij een jongetje (arrena) ter wereld gebracht.
Wie heeft ooit zoiets gehoord? Wie heeft iets dergelijks gezien?
Zou een land geboren kunnen worden op één dag?
Zou een volk geboren kunnen worden in één keer?
Maar Sion heeft nauwelijks weeën gekregen, of zij heeft haar zonen al gebaard.

Onze gedachten over deze cruciale passage:

1) Met betrekking tot het tijdstip van de geboorte van het mannelijk kind is één ding duidelijk tussen de Hebreeuwse en Griekse manuscripten. De nadruk in vers 7 ligt op het feit dat de vrouw baart voordat ze weeën krijgt. In het volgende vers blijkt dat dit ongehoord is, het is wonderbaarlijk. Doordat er geen weeën zijn, lijkt het wel dat God genadig is aan een bepaald volk. Het woord “voor” betekent dat deze geboorte en opname van het mannelijk kind uit Openbaring 12 vers 5 voorafgaat aan Israëls weeën (oftewel de verdrukking).

Bijbel2) In de Septuagint (dit is de Griekse vertaling van de Tenach) wordt de tekst weergegeven als “…ze ontsnapte (Grieks: pheugo) en gaf geboorte aan een man”. Het is erg lastig om als vrouw te ontsnappen en te bevallen op hetzelfde moment, ook omdat het eerste deel van het vers vermeld dat haar tijd van weeën nog moest beginnen.

Malat

De vertaler heeft zijn best gedaan om zo letterlijk mogelijk de Hebreeuwse term malat over te brengen. Dit woord heeft een scala aan betekenissen, afhankelijk van de stam van het werkwoord en de omliggende context. Volgens HALOT (Hebreeuws-Aramese Lexicon van het Oude Testament), zijn er verschillende opties: vluchten, bewaren, redden, maar ook verdragen en baren. De bijzondere stam van dit werkwoord wordt gebruikt in Jesaja 66:7 (Hiphil) en komt alleen hier en in Jesaja 31:5 voor. Daarom leidt de context ertoe om dit woord malat te vertalen met de betekenis van “om te baren/geboren worden”. Het is vreemd om malat hier te vertalen als de vrouw, die “ontsnapt” aan een kind.

3) De woorden “gebaard” en “ter wereld gebracht” in vers 7 zijn synoniemen en beschrijven dat er een kind wordt geboren. Echter, zoals we hebben ontdekt in Openbaring 12, gaat de vrouw inderdaad ontsnappen, maar niet voordat ze het mannelijk kind baart (Openbaring 12:6; 12:13-17).

4) Het is goed om de parallellen te zien in de tekst van Jesaja 66:7-8:

66:7a: Voordat zij weeën kreegheeft zij gebaard;
66:7b: Nog voor een wee over haar kwamheeft zij een jongetje ter wereld gebracht.
66:8a: Wie heeft ooit zoiets gehoord? Wie heeft iets dergelijks gezien?
66:8b: Zou een land geboren kunnen worden op één dag? Zou een volk geboren kunnen worden in één keer?
66:8c: Maar Sion heeft nauwelijks weeën gekregen, of zij heeft haar zonen al gebaard.

Markeringen

Gemarkeerd in rood: deze met elkaar samenhangende zinnen beschrijven dat God het onmogelijke doet: een geboorte vóór de weeën.

Gemarkeerd in blauw: deze met elkaar samenhangende zinnen voegen een extra detail toe over de timing van de geboorte. (1 Kor. 15:51-52, bij de laatste bazuin).

Gemarkeerd in oranje: deze laatste zin begint met het woord maar, want er is een overgang. Een nieuw tijdperk begint (of, ‘daarna komt het einde,’ volgens 1 Kor. 15:24). Na de geboorte van het mannelijk kind, komt Israël in de weeën terecht en geeft vervolgens geboorte aan meer kinderen (in het Hebreeuws staat hier letterlijk “haar zonen”). En dat is logisch, want deze “kinderen” zijn ofwel “de broers” die zich bekeren volgens Micha 5:2, of “haar zaad” die de draak zijn ontvlucht volgens Openbaring 12:17 (de overigen van haar nageslacht).

In vet: het “jongetje” en “volk” wordt plotseling geboren, op één dag; dit zijn termen die verwijzen naar dezelfde eenheid. Het jongetje/volk wordt snel geboren en plotseling, als één orgaan, maar heeft ook vele leden (1 Kor. 12:12-27).

Onderstreept: de vrouw is Sion (Israël) en haar lot is onlosmakelijk gekoppeld aan de eretz, de aarde, het land (Genesis 15:18-19 en Openbaring 12:16).

Aanvaarden

Het is misschien lastig te aanvaarden wat hierboven geschreven staat en te daarmee te ontdekken dat Jesaja 66:8 niet vervuld is met de (weder)geboorte van de staat Israël in 1948. Dat is begrijpelijk, maar dit nieuwe inzicht doet op geen enkele wijze afbreuk aan het belang van de mijlpaal van 1947-48, met name als het gaat om het profetische aftellen wat begonnen is in 1897 met het eerste Zionistische Congres.

HoopAls u op zoek bent naar een profetische passage met betrekking tot de wedergeboorte van Israël en de terugkeer naar haar beloofde land, dan raden wij u aan om Ezechiël 37 te lezen. In zekere zin is Israël al geboren als een natie (volgens Exodus 4:22 en Hosea 11:1), maar ze wacht nog steeds op haar definitieve terugkeer en volledige redding, zoals in Romeinen 11 staat beschreven. Daarom hebben wij de conclusie, dat de natie geboren in Jesaja 66:8 niet Israël is, maar het lichaam van Christus, de “heilige natie” zoals in 1 Petrus 2:9 beschreven staat.

Een volk zonder verstand

Bovendien wordt door God zelf verteld in Deuteronomium 32:21 dat Hij Zijn eigen volk tot jaloersheid wekt door een ander volk, een volk zonder verstand, een dwaas volk. Welk volk is dit?

In Jesaja 65:1 kunt u op deze vraag een prachtig antwoord vinden:

Ik ben gezocht door hen die naar Mij niet vroegen, Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten. Tegen het volk dat Mijn Naam niet aanriep heb Ik gezegd: Zie, hier ben Ik, zie, hier ben Ik.

De natie zonder verstand van Deuteronomium 32:21, kan niet anders zijn dan de heidenen, een ander volk is er niet.

Wij worden geboren als het volk van Jesaja 66:7-8. De natie waarnaar Paulus in Romeinen 10:19-20 nogmaals naar refereert en ten slotte door Johannes in Openbaring 12:5 zijn grote finale beleefd!

Reacties

reacties